Dirigeren is meer dan de maat slaan, maar als je niet weet hoe je de maat moet slaan, is het de vraag of je ooit aan dirigeren toekomt. Slagtechniek voor koordirigenten begint bij de basis en verwerkt de theorie in praktische oefeningen. Ook voor wie al langer voor een koor staat, is het een inspirerend en leerzaam boek. De zorgvuldig vormgegeven slagfiguren zijn glashelder en stimuleren om een persoonlijke slagtechniek te ontwikkelen. Als de drie- en vierslag, onregelmatige maatsoorten en maatwisselingen geen geheimen meer kennen, het lukt om heldere inzetten te geven, en de linkerhand weet wat de rechterhand doet, ontstaat er ruimte voor andere vragen: Wat is de truc om het koor niet harder te laten zingen als het tempo omhooggaat? Waar laat je je linkerhand als hij even niks te doen heeft? Hoe maak je contact met een grote groep zangers? En moet je eigenlijk wel altijd dirigeren?

Quotes

“Een geweldig boek voor elke musicus die leiding wil geven en letterlijk zijn handen uit de mouwen wil steken. Op een heldere manier wordt uitgelegd hoe bewegingen en communicatie effectief te maken zijn. Er is nu een nieuwe standaard.”

Jos van Veldhoven, oprichter en oud-dirigent van de Nederlandse Bachvereniging

“Alles in dit boek is glashelder. Tijs Krammer combineert duidelijke taal met goed gekozen oefeningen en fantastische illustraties van alle mogelijke slagfiguren. Ik wou dat ik dit boek had toen ik begon met dirigeren!”

Lodewijk van der Ree, gast-dirigent bij Cappella Amsterdam

Voor alle soorten dirigenten

Het boek is in eerste instantie bedoeld voor conservatoriumstudenten en voor muzikaal handige amateurs die een begin willen maken met dirigeren. Maar voor musici die al een ruime ervaring hebben in het werken met koren kan het boek eveneens interessant zijn, omdat er ook gevorderde technieken in worden besproken.

We richten ons in dit boek op het dirigeren van koren. De muziekvoorbeelden zijn allemaal geschreven voor zang. We bespreken regelmatig welke invloed je bewegingen op zangers hebben. Dat wil echter niet zeggen dat dit boek alleen geschikt is voor koordirigenten. Een musicus die leidinggeeft aan instrumentale ensembles kan er ook veel waardevolle informatie in vinden. Voor het dirigeren van instrumentalisten gelden grotendeels dezelfde principes als voor het dirigeren van zangers.

Opbouw

Het boek omvat negentien hoofdstukken opgedeeld in drie delen:

Deel I
   1.  Basisbeweging
   2.  Inzetten aangeven, afslaan en tempo aangeven
   3.  Houding
   4.  Slagfiguren
   5.  De ankerslag
   6.  De grootte van de slagbewegingen
   7.  Veelgemaakte fouten in slagfiguren
   8.  Maatwisselingen
   9.  Kiezen voor een alternatief slagfiguur
Deel II
   10.  De linkerhand
   11.  Het volume aangeven
   12.  Inzetten aangeven
   13.  Afslaan
   14.  Oogcontact en focus
Deel III
   15.  Onregelmatige maatsoorten
   16.  Passief dirigeren
   17.  De slag onderverdelen
   18.  Fermates
   19.  Gevarieerd en effectief dirigeren

Je kunt ook de uitgebreide inhoudsopgave bekijken.

Notenvoorbeelden

Dit boek staat vol met muziekvoorbeelden die gebaseerd zijn op bekende Engelstalige volksliedjes. Omdat deze melodieën voor veel muzikanten al enigszins bekend zijn, zal het leren ervan niet veel moeite kosten. Achter in het boek staan de volksliedjes in hun geheel. Er is geprobeerd de meest gangbare versies van de melodieën te noteren. Maar omdat het veelal gaat over overgeleverde muziek, kan het zijn dat de noten er iets anders staan dan je gewend bent.

De volksliedjes zijn zo gekozen dat aan de hand daarvan de diverse onderwerpen van de slagtechniek aan bod komen. De melodieën staan in verschillende maatsoorten, ze hebben uiteenlopende tempi en er komen verschillende type inzetten in voor.
In een aantal hoofdstukken in deel II en III bespreken we specifieke muzikale elementen die niet in de volksliedjes voorkomen, zoals onregelmatige maatsoorten en fermates. Voor die hoofdstukken is de vrijheid genomen om de melodieën te herschrijven. In het hoofdstuk over onregelmatige maatsoorten bijvoorbeeld staat een versie van Amazing grace in een vijfkwartsmaat. En voor het hoofdstuk over maatwisselingen is een versie van Come over the hills met een maatwisseling gecreëerd. De resulterende noten zijn niet altijd even logisch of fraai, maar het gaat op die momenten om de educatieve waarde ervan.

Voorbeeldpagina’s

Hieronder staan van de eerste hoofdstukken van het boek een aantal pagina’s als voorbeeld.
   Hoofdstuk 1
   Hoofdstuk 2
   Hoofdstuk 3
   Hoofdstuk 4