Je hoort regelmatig zangers en dirigenten beweren dat een grote terts laag moet worden geïntoneerd. Die redenatie gaat als volgt. De moderne instrumenten die we gebruiken zijn gelijkzwevend gestemd. In dat systeem klinkt een grote terts hoger dan de reine grote terts die volgt uit de boventonenreeks. Een reine grote terts klinkt dus lager dan de gelijkzwevende terts. En – volgende de redenatie – een reine terts is ‘natuurlijker’ dan een gelijkzwevende terts en klinkt zuiverder en beter. De conclusie is dat we grote tertsen laag moeten intoneren. Volgens dezelfde gedachtegang zouden we kleine tertsen hoog moeten intoneren.

Bij deze manier van redeneren zijn nogal wat kanttekeningen te plaatsen:

  • Als je zingt met begeleiding en de instrumenten zijn gelijkzwevend gestemd, ontstaat er op deze manier een verschil in interpretatie tussen het koor en de instrumenten. Dat kan niet echt de bedoeling zijn. Dus de manier van intoneren moet zeker afhankelijk zijn van het soort instrumenten dat meespeelt.
  • De gelijkzwevende stemming heeft het mogelijk gemaakt dat er in alle toonsoorten gemusiceerd kan worden. Veel muziek uit de laatste eeuw (zowel klassiek als licht) is harmonisch gecompliceerd en dat is juist mogelijk omdat de gelijkzwevende stemming wordt gebruikt. Naar mijn idee zou het vreemd zijn om in die moderne muziekstijlen rein te intoneren. Dat past niet bij de stijl en bij het maken van modulaties met enharmonische tonen ontstaan er onlogische situaties.
  • Voor de moderne muziekstijlen zou je de redenatie ook om kunnen draaien. De muziek vraagt om een gelijkzwevende intonatie. Maar in het dagelijks leven horen we overal om ons heen reine grote tertsen. (Je hoort zo’n boventoon al als je een enkele snaar laat trillen, maar ook machines zoals een stofzuiger laten die boventoon horen.) De gelijkzwevende terts zit hoger dan de reine terts die je geneigd bent te zingen, dus moet je de grote terts juist hoog intoneren.
  • Het verschil tussen de gelijkzwevende terts en de reine terts is heel klein. Alleen goed getrainde oren kunnen het verschil horen. En om als zanger het verschil te laten klinken: daarvoor moet je echt van goede huize komen. Het verschil tussen gelijkzwevend en rein is daarom vooral een theoretisch verschil. In de praktijk weten weinig zangers daar werkelijk mee om te gaan.
  • En dan nog het volgende. Voor amateurkoren is het laag intoneren een groot probleem. Op één of andere manier komt het nu eenmaal veel vaker voor dat zangers te laag intoneren dan dat ze te hoog intoneren. Het lijkt een slecht advies om aan die zangers de opdracht te geven om grote tertsen laag te intoneren. De kans dat ze dan te laag zingen (zelfs lager dan de reine stemming) en dat het koor zakt wordt dan alleen maar groter, en daarmee wordt de muziek minder mooi.

Conclusie

Al met al denk ik dat het laag intoneren van grote tertsen vooral een functie heeft bij kwalitatief zeer goede koren die oude muziek zingen, a capella of met oude instrumenten. Maar het is de vraag of het in andere situaties ook is aan te raden.

Het zou interessant zijn om de intonatie van goede strijkkwartetten te onderzoeken. Spelen zij inderdaad rein? Intoneren ze anders zodra er een (gelijkzwevende) piano meespeelt? Intoneren ze in moderne muziek anders dan bij Haydn en Mozart?