Als je een nummer arrangeert, moet je bedenken in welke de maatsoort je gaat noteren. Hoe weet je welke maatsoort de juiste is? In de jazz- en popmuziek gebruikt men lang niet zoveel verschillende maatsoorten als in de klassieke muziek. Verreweg de meeste nummers noteert men in 4/4. En daarnaast komen nog maar een paar maatsoorten voor.

De beste methode om een maatsoort af te leiden is de volgende. Stel je voor dat je het nummer moet aftellen voor een band. Tel je daarbij tot vier? Dan is bijna altijd een 4/4-maat de geschikte maatsoort. Tel je tot drie, dan kan een 3/4-maat geschikt zijn, maar in sommige gevallen is een 6/8-maat een betere keus.

Vierkwartsmaat

Als er vier tellen in de maat zitten, wordt er in de jazz en pop altijd een 4/4 genoteerd. Dat wil zeggen dat de tel overeenkomst met een kwartnoot. De maatsoorten 4/8 en 4/2 komen in de jazz en de pop praktisch nooit voor.
Neem als voorbeeld het nummer Hey Jude van The Beatles:

Als dit nummer genoteerd zou worden in 4/2, ziet dat er voor een ervaren muzikant zeer vreemd uit:
En hetzelfde geldt als de noten worden genoteerd in 4/8:

Backbeat

De backbeat (men noemt die vaak in Nederland de afterbeat, maar zo wordt die term in de Engelstalige landen niet gebruikt) valt in een 4/4-maat altijd op de tweede en de vierde tel. Dit gegeven kan je helpen als je twijfelt over de manier van tellen. Luister naar de backbeat. Als je op zo’n manier telt dat de backbeat op twee en vier valt, dan tel je op de goede manier.

Driekwartsmaat

Een driekwartsmaat is in de jazz en de pop niet ongebruikelijk. In de jazz noemt men een driekwartsmaat een jazz waltz. Hier is als voorbeeld het begin van de standard Waltz for Debby:

In de popmuziek komt de maatsoort ook voor, vooral in wat rustige, melancholische liedjes. Hier is als voorbeeld het begin van She’s leaving home van The Beatles:

Hier geldt ook weer dat de maatsoort 3/4 voorkeur heeft boven 3/2 of 3/8.

De kwart is de tel

Zowel in de 4/4-maat in de 3/4-maat komt de tel overeen met een kwartnoot. Pop- en jazzmuzikanten tellen dus graag in kwarten. Het voordeel van de deze conventie is dat het noten lezen vereenvoudigd wordt. Als nadeel zou je kunnen noemen dat het notenbeeld helemaal geen informatie geeft over het tempo van het stuk. Zowel een zeer langzame ballad als een zeer snel bebop-nummer kunnen genoteerd zijn in 4/4.

Zesachtstemaat

In de blues en rock wordt vaak een 6/8-maat gebruikt. Hier is als voorbeeld het begin van Nothing else matters van Metallica:
Deze maatsoort vormt een vreemde uitzondering in de maatsoorten. De manier van tellen is vaak onduidelijk. Je kan tellen in achtste noten; dan vallen er zes tellen in elke maat. Maar je kan ook tellen in gepuncteerde kwartnoten; dan vallen er twee tellen in elke maat.

Onregelmatige maatsoorten

Heel af en toe kom je een nummer tegen in een onregelmatige maatsoort. Take five van Dave Brubeck is wellicht het beroemdste voorbeeld. Maar ook een 7/4 komt af en toe voor, zoals in Straight to my heart van Sting.