In de jazz wordt veel gebruik gemaakt van zogenaamde ‘blokakkoorden’. Dit is een vierstemmige manier van schrijven, waarbij alle stemmen samen omhoog en omlaag bewegen.

Blokakkoorden geeft een uitermate jazzy, boeiende klank. Pianisten gebruiken deze techniek in het harmoniseren van een melodie, en in een big band worden blokakkoorden vaak gespeeld door een sectie blazers, bijvoorbeeld door vier saxofoons.

In het Nederlands worden blokakkoorden ook wel treffend aangeduid met lintharmonisatie; de vier stemmen zijn als een lint met vier kleuren dat steeds even breed blijft:

Blokakkoorden kan je ook gebruiken in het arrangeren voor koor of vocal group. Hieronder staan twaalf regels voor het schrijven van blokakkoorden. De voorbeelden komen uit They can’t take that away from me van Gershwin.

Basisregels

1 Homofoon
De vier stemmen zijn strikt homofoon. Dat wil zeggen dat de stemmen altijd dezelfde ritmes hebben (en dezelfde tekst).

2 Vierstemmig
Elk akkoord is strikt vierstemmig. De vier stemmen mogen niet dezelfde toon hebben, zelfs niet dezelfde toon in verschillende octaven:

3 Melodie bovenin
De melodie ligt altijd in de bovenste stem. In de voorbeelden ligt de melodie dus in de hoogste sopraan.

4 Geen stemkruisingen
Er mogen geen stemkruisingen voorkomen:

Omvang van de akkoorden

In de meest eenvoudige versie liggen de blokakkoorden strikt binnen één octaaf, maar er zijn twee varianten met een grotere omvang.

5 De standaardligging
In de meest eenvoudige versie liggen de vier stemmen altijd binnen één octaaf:

6 Drop-2
Uitgaande van deze standaardligging kunnen twee varianten worden gecreëerd. De eerste variant is de zogenaamde drop-2. Daarin wordt de tweede stem een octaaf naar beneden gelegd. De vier stemmen bewegen nog steeds evenwijdig, maar tussen de stemmen zitten grotere afstanden, en het lint is breder geworden:
Het voorbeeld van de standaardligging hierboven kan je als volgt omzetten naar drop-2. De tweede sopraan gaat de altlijn zingen, de alt gaat de tenorlijn zingen. De tenor gaat de lijn van de tweede sopraan zingen, maar dan een octaaf lager:

7 Drop-3
De twee variant is de drop-3, waarin de derde stem een octaaf naar beneden wordt gelegd:

Deze techniek is lastiger uit te voeren met stemmen, omdat de onderste stem een flink stuk onder de rest ligt. De onderste stem klinkt daardoor snel te dof in vergelijking met de andere stemmen:

8 Eventueel melodie verdubbelen
Naast de variaties die ontstaan met drop-2 en drop-3, kan je de blokakkoorden vijfstemmig maken door de melodie een octaaf lager te verdubbelen. De melodie krijgt hierdoor meer volume en een vollere klank:

Deze stemverdeling is zeer geschikt om te zingen met de bezetting SSATB, ook al zal de lijn voor de bas aan de hoge kant liggen:

Regels voor de harmonisatie

9 Juiste akkoorden op zware maatdelen
Op de eerste en de derde tel van de maat moeten de harmonieën overeenstemmen met het akkoordenschema. Op de tweede en vierde tel mogen er doorgangsharmonieën klinken. Syncopen horen bij de tel erna. Een syncope vóór de eerste tel moet dus overeenstemmen met het akkoordenschema, maar een syncope voor de tweede tel hoeft dat niet:

Vuistregels voor lekkere blokakkoorden

10 Vermijd kleine secundes bovenin
Een kleine secunde tussen de bovenste en de tweede stem werkt meestal niet prettig. Het klinkt soms zelfs alsof de zangers een foutje maken. Een grote secunde tussen de bovenste twee stemmen geeft minder problemen, maar klinkt ook niet altijd fraai:

11 Vermijd grondtonen
Blokakkoorden klinken uitermate jazzy en rijk als je geen grondtonen schrijft. De vier stemmen van het blokakkoord vormen dan samen met de contrabas vijfklanken:

12 Sexten tussen de buitenstemmen of juist niet
Als er tussen de bovenste stem en de onderste stem een sext klinkt, liggen de blokakkoorden lekker in het gehoor:
Omgekeerd, als de bovenste en onderste stem een septiem of een kwint van elkaar liggen, klinken de blokakkoorden minder voor de hand liggend, dus interessanter en jazzier: