De hand

Bij het dirigeren gebruik je je handen om uiteenlopende expressies weer te geven. Voor een zachte klank richt je de handpalmen omlaag, voor een ruime klank de handpalmen omhoog. Voor een tedere klank houd je de hand ontspannen, voor een volle klank maak je de hand stevig. Als je iets heel precies wilt hebben, gaan als vanzelf de duim en wijsvinger tegen elkaar aan. Als dirigent ontwikkel je zo een eigen taal met je handen.

Soms wil je geen expressie aanduiden, maar zoek je meer een neutrale klank. Bijvoorbeeld bij het inzingen, of tijdens het repeteren van moeilijke noten. Welke neutrale houding van de hand past er bij zo’n moment?

  • 1
  • 2