vierkantIn de afgelopen tijd heb ik getracht de ideale legato vierslag op papier te krijgen. (De vierslag is de slagbeweging die gebruikt wordt als er vier tellen in een maat zitten, zoals in een 4/4-maat. Met de term legato bedoel ik in dit geval dat alle tikpunten vloeiende bewegingen hebben.)

Ik heb geprobeerd zo’n objectief mogelijk slagfiguur te maken, uitgaande van de literatuur over slagtechniek, en mijn eigen ervaring als docent koordirectie.

Het figuur heeft de volgende eigenschappen:
– De tikpunten liggen allemaal op één lijn. Dit is de huidige gangbare opvatting van waar de tikpunten moeten liggen.
– De 4 ligt dicht bij de 1, en niet halverwege de 3 en de 1.
– De beweging naar links voor de 2 is ongeveer even groot als de beweging naar rechts voor de 3.
– De beweging omhoog voor de 1 is ongeveer even groot als de bewegingen naar de zijkanten voor 2 en 3.

Concessies

Om het slagfiguur begrijpelijk te houden, zijn ook een paar concessies gedaan:
– In werkelijkheid kunnen de tikpunten 1 en 4 op dezelfde plek zitten, zodat de beweging van 4 naar 1 geheel vertikaal is. Maar als dat op die manier wordt afgebeeld, is het figuur niet meer te begrijpen. Vandaar dat ik ervoor gekozen heb om de 4 iets rechts van de 1 te plaatsen.
– De beweging ná de 1 naar rechts is klein gehouden. Anders zou er verwarring ontstaan met de beweging bij de 4. In de praktijk mag de beweging ná de 1 zo groot zijn als de beweging na de 3.

Resultaat

Bij het dirigeren heeft de hand bij de tikpunten de hoogste snelheid. Om dit enigszins te suggereren zijn de lijnen onderin het figuur dikker dan bovenin.

De uiteindelijk vierslag ziet er als volgt uit: