De meeste koren repeteren één avond in de week. Wat kan je eigenlijk doen in zo’n bijeenkomst? Hoe bouw je een repetitie goed op? Hoeveel stukken behandel je op een avond?

Een goede start van een repetitie is inzingen. Bij het inzingen doe je oefeningen om de stem los te maken en oefeningen om de koorklank te verbeteren. Het inzingen geeft de zangers ook gelegenheid om zich te concentreren op het zingen, en om zich weer één te gaan voelen met de groep. Inzingen is dus waardevol. Maar het moet niet te lang duren, want het gaat wel van het ‘echte’ repeteren af. Tien of vijftien minuten is meestal genoeg.

Weinig veeleisend

Het eerste stuk uit het repertoire in de repetitie moet vocaal niet te zwaar zijn. Ook al heb je met de zangers ingezongen, de stem is nog niet optimaal opgewarmd. Kies dus een stuk dat niet al te zacht gezongen moet worden, dat niet al te lange lijnen heeft en dat harmonisch niet al te complex is. Schuif het meest veeleisende repertoire nog even vooruit. Na pakweg een half uur zijn de zangers echt goed ingezongen en heerst er een goede concentratie. Dat is het moment om te gaan werken aan het lastige repertoire.

Spanningsboog

Hoelang werk je achter elkaar aan één stuk? Wat is een goede spanningsboog in een repetitie? Wees je ervan bewust dat wanneer je van stuk wisselt, het even duurt voordat er optimaal aan gerepeteerd kan worden. Zangers hebben wat tijd nodig voordat ze het tempo en de toonsoort van het stuk voelen en voordat ze zich weer bewust zijn van de vocale uitdaging van het stuk. De concentratie op een stuk zal meestal na een minuut of tien op zijn hoogst zijn. Aan de andere kant zal na twintig of dertig minuten de concentratie weer langzaam afnemen. Al met al lijkt een spanningsboog van dertig minuten een goede keus.

Eindigen met plezier

Het slot van een repetitie moet leuk zijn. Aan het einde van de repetitie willen de meeste zangers vooral lekker zingen. Ga dus op dat moment geen noten meer repeteren of werken in losse stemgroepen. Gebruik het laatste kwartier of half uur om stukken in zijn geheel door te zingen. Voor de zangers komt dat het dichtstbij ‘echt muziek maken’.

Bij het doorzingen gaat er misschien van alles mis en klinken veel passages verre van ideaal. Slik als dirigent je opmerkingen in en laat de zangers doorgaan met zingen. In de volgende repetitie is er weer ruimte om bij te schaven.

Planning

Stel dat je met een koor vijf stukken aan het instuderen bent: Auvergne, Bourgondië, Cevennen, Dordogne en Elzas. En stel dat de zangers de noten van de eerste drie stukken inmiddels kennen. Een repetitie van 20.00 tot 22.30 uur ziet er dan bijvoorbeeld zo uit:

20.00     Inzingen
20.15 Repeteren aan Dordogne
20.45 Herhalen van Cevennen
21.15     Pauze
21.30 Repeteren aan Elzas
22.00 Doorzingen van Bourgondië
22.15 Doorzingen van Auvergne
22.30     Einde

 

Improviseren

Het maken van een goede repetitieplanning is niet eenvoudig. En als je dan alles tot in de puntjes hebt voorbereid; zul je zien dat toch anders loopt dan verwacht. Mocht je merken dat de repetitie niet lekker loopt, houd dan niet koste wat kost vast aan je planning maar volg je intuïtie en improviseer.