Als we met ons lichtemuziek-koor de hele tijd Engelstalige nummers zingen, moeten we wel proberen het Engels mooi uit te spreken. Dat blijkt voor veel Nederlanders nog niet zo eenvoudig. In dit bericht kijken we naar drie aspecten van het Engels, waarmee je de uitspraak van je koor kunt verbeteren.
Zojuist is mijn nieuwe boek verschenen: Slagtechniek voor koordirigenten. Op de achterflap staat: “Dirigeren is meer dan de maat slaan, maar als je niet weet hoe je de maat moet slaan, is het de vraag of je ooit aan dirigeren toekomt. Slagtechniek voor koordirigenten begint bij de basis en verwerkt de theorie in praktische oefeningen. Ook voor wie al langer voor een koor staat, is het een inspirerend en leerzaam boek. De zorgvuldig vormgegeven slagfiguren zijn glashelder en stimuleren om een persoonlijke slagtechniek te ontwikkelen. Als de drie- en vierslag, onregelmatige maatsoorten en maatwisselingen geen geheimen meer kennen, het lukt om heldere inzetten te geven, en de linkerhand weet wat de rechterhand doet, ontstaat er ruimte voor andere vragen: Wat is de truc om het koor niet harder te laten zingen als het tempo omhooggaat? Waar laat je je linkerhand als hij even niks te doen heeft? Hoe maak je contact met een grote groep zangers? En moet je eigenlijk wel altijd dirigeren?”
Je hoort regelmatig zangers en dirigenten beweren dat een grote terts laag moet worden geïntoneerd. Die redenatie gaat als volgt. De moderne instrumenten die we gebruiken zijn gelijkzwevend gestemd. In dat systeem klinkt een grote terts hoger dan de reine grote terts die volgt uit de boventonenreeks. Een mooie reine grote terts klinkt dus lager dan de gelijkzwevende terts en dus moeten we grote tertsen laag intoneren. Volgens dezelfde redenatie zouden we kleine tertsen hoog moeten intoneren.
De arrangementen die bij uitgeverijen verkrijgbaar zijn gaan veelal uit van een ideale koorbezetting; ze zijn geschreven voor SATB of voor SSATTB, waarbij de stemmen een flinke omvang hebben. De koorpraktijk is vaak ingewikkelder: we hebben relatief weinig mannen, of de sopranen hebben moeite met hoge noten, of de bassen zijn eigenlijk meer baritons. Als dirigent kan je ervoor kiezen om het klassieke ideaal te blijven nastreven. Maar je kunt er ook voor kiezen om de muziek aan te passen aan de realiteit van je koor. In dit bericht bekijken we verschillende manieren om arrangementen naar je hand te zetten.
Lang geleden leerde ik de canon Als de zwaan zingt, zeer geschikt om mee in te zingen. Geïnspireerd op die canon, heb ik een inzingoefening gemaakt die je op meer dan één manier kunt gebruiken.
Een handige manier om de verschillende intervallen te leren treffen, is aan de hand van bestaande liedjes. Een bekend voorbeeld is Berend Botje, dat je helpt bij de stijgende grote sext. Als je je solfège nog moet ontwikkelen, is het handig om voor elk interval een trucje te kennen.
In deze inzingoefening beginnen de koorleden in elke muzikale zin eenstemmig en aan het eind van de zin ‘waaiert’ de klank uit naar een meerstemmig akkoord.
Om het tellen van koorzangers te verbeteren, heb ik klapoefeningen ontwikkeld. Deze canons zijn bedoeld om uit het hoofd te doen. Je traint er dus niet het van blad lezen mee, maar wel het visualiseren van de verschillende tellen in de maat.
Voor mijn vocal group met vrouwen heb ik een driestemmige inzingoefening bedacht. De oefening zing je eerst éénstemmig en daarna driestemmig. Op die manier zorg je ervoor dat de stemmen eerst goed gaan kleuren en daarna leren ze goed zelfstandig lijnen zingen en luisteren naar de harmonieën:
Bij het arrangeren voor koor a capella, wil je geregeld instrumentale partijen omzetten naar zang. De noten voor basgitaar bijvoorbeeld worden een lijn voor de basstem. Arpeggio’s op een piano worden een samenspel van een aantal stemmen. En een drumpartij wordt vocal percussion. Hieronder kijken we naar een aantal technieken voor het omzetten van instrumentale lijnen naar stem.