De moeilijkheidsgraad van arrangementen
Voordat je een arrangement aanschaft, wil je weten of de moeilijkheidsgraad van het arrangement aansluit bij het niveau van je koor. Bij mijn arrangementen vermeld ik het niveau over het algemeen op een schaal van I (gemakkelijk) tot V (zeer moeilijk). Deze indeling komt overeen met die van een aantal bekende arrangeurs uit de VS.
Hoe zit het met deze verdeling? Hoe ziet een arrangement van niveau II er bijvoorbeeld uit, en wat moet je koor kunnen om zo’n arrangement te kunnen zingen? Laten we beginnen met de uiteinden van de schaal, dus niveau I en niveau V. Een koor van niveau I is een koor dat de eenvoudigste stukken zingt. Vierstemmig is amper haalbaar met deze zangers, twee- of driestemmig past beter bij hen.
De moeilijkheidsgraad van arrangementen Meer lezen »
Hier is een poppy inzingoefening in 6/8, die als canon gezongen kan worden:
Bij het inzingen met mijn koren gebruik ik de laatste tijd vaak arpeggio’s. Pittig om te zingen, maar heel leerzaam. Hier is een voorbeeld van zo’n arpeggio-oefening. In dit geval gaat het om een arpeggio dat eerst van onder naar boven wordt gezongen, en daarna van boven naar onder:
Als je een nummer arrangeert, moet je bepalen in welke maatsoort je gaat noteren. Hoe weet je welke maatsoort de juiste is? In de jazz- en popmuziek worden lang niet zoveel verschillende maatsoorten gebruikt als in de klassieke muziek. Verreweg de meeste nummers wordt genoteerd in 4/4. En daarnaast komen nog maar een paar maatsoorten voor.
In een eerder bericht kwam het begrip swing feel aan de orde. De beste manier om het te noteren is door boven de muziek de aanduiding ‘Swing feel’ te zetten en gewone achtsten te schrijven. Voordat deze manier van swing noteren in de jaren zestig gebruikelijk werd, noteerde men swing op een andere manier.
Een dirigent geeft inzetten aan. De beweging van de dirigent loopt vooruit op de inzet, zodat de zangers de inzet kunnen zien aankomen. De conventie is dat de voorbereidende beweging op de tel vóór de inzet begint. Bijvoorbeeld, als de inzet op tel 4 is, begint de voorbereidende beweging op tel 3. 
Het bereik van een gemengd koor is iets meer dan drie octaaf, van de lage F van de bassen tot de hoge a² van de sopranen. Het bereik van een gemiddelde dirigent is een stuk kleiner. Daarom is het conventie dat een dirigent de noten van de andere sekse geoctaveerd voorzingt.
In eerdere berichten heb ik laten zien dat van blad zingen het beste gaat als je de noten relateert aan de toonsoort. Voordelen van die methode zijn dat je je minder snel vergist, dat je grote sprongen ook leert treffen, en dat je beter op toon blijft.