Het liefst zou je als dirigent alle partijen op dezelfde hoogte voorzingen als de zangers het gaan nazingen. Maar voor een vrouwelijke dirigent liggen de mannenstemmen meestal te laag en voor een mannelijke dirigent liggen de vrouwenstemmen te hoog. Daarom is het conventie dat een vrouwenlijke dirigent de mannenstemmen een octaaf hoger voorzingt dan geschreven. En omgekeerd zingt een mannelijke dirigent de vrouwenstemmen een octaaf lager voor dan genoteerd.

Voor zangers met weinig koorervaring is dat soms even wennen. Maar op zich is er niets vreemd aan het geoctaveerd voorzingen. Vrouwen en mannen zingen immers van nature een octaaf uit elkaar. In een eenstemmig lied zingen vrouwen vanzelf een octaaf hoger dan de mannen.

Denkwerk

Het kost de beginnende dirigent wel het nodige denkwerk om in het goede octaaf voor te zingen. De tenor klinkt onder de vrouwenstemmen. Maar als je de stemmen voorzingt, moet je de de tenor vaak hoger voorzingen dan de vrouwenstemmen. En wat het nog weer extra lastig maakt is dat de tenor in een octarende sleutel genoteerd staat.

Voorbeeld

Hoe ziet dit er in de praktijk uit? Stel, je moet de noten voorzingen van onderstaand fragment van Michelle van The Beatles:

Een vrouwelijke dirigent zingt de bas dan als volgt voor:

En een mannelijke dirigent zingt de sopraanpartij als volgt voor:

Beginakkoorden

Bij het aangeven van beginakkoorden geldt hetzelfde principe. Een vrouwelijke dirigent geeft de noten voor de mannenstemmen een octaaf hoger aan dan ze klinken, en een mannelijke dirigent geeft de noten voor de vrouwenstemmen een octaaf lager aan. Een vrouwelijke dirigent geeft het beginakkoord van Michelle van bovenstaand fragment dus als volgt aan:

En een mannelijke dirigent geeft het beginakkoord als volgt aan:

Merk op dat de tenor hoog wordt aangegeven, hoewel een lage e beduidend gemakkelijker zou zijn om te treffen. Toch is de hoge e de juiste manier. De tenoren moeten immers ook hoog in hun eigen bereik zitten. Als de tenor laag voorgezongen zou worden, kunnen de tenoren zich vergissen en een octaaf te laag inzetten.

Eigen stijl

Zoals gezegd is de hierboven beschreven manier van aangeven de conventie. Een dirigent mag een eigen stijl ontwikkelen in het voorzingen van partijen. Er zijn mannelijke dirigenten die in het falset moeiteloos zingen tot een hoge . Voor hen kan het prima werken om de alten en sopraan aan te geven op de absolute toonhoogte. Vrouwelijke dirigenten met een bijzonder lage stem kunnen ervoor kiezen om de tenor op de absolute hoogte aan te geven. De zangers zullen na enige tijd gewend raken aan de manier waarop hun dirigent de noten aangeeft. Bij het werken met een onbekend koor kan de dirigent om verwarring te voorkomen zich echter beter houden aan de conventie .