In eerdere berichten heb ik laten zien dat van blad zingen het beste gaat als je de noten relateert aan de toonsoort. Voordelen van die methode zijn dat je je minder snel vergist, dat je grote sprongen ook leert treffen, en dat je beter op toon blijft.

Toch zijn er ook momenten waarop je gewoon intervallen moet ‘prikken’, los van de context waarin ze staan. Bijvoorbeeld als er alteraties in een melodie staan of als de toonsoort onduidelijk is.

Als dirigent moet je dus ook in staat zijn om losse intervallen te zingen. In dit bericht staan daarvoor oefeningen, achtereenvolgens voor de kwart, de kwint, de kleine en grote secunde en tenslotte voor de kleine en grote terts.

Kwarten

Hier is een oefening voor de stijgende kwart:
Deze oefening kan je ook omdraaien om dalende kwarten te trainen:

Kwinten

Hier is een oefening voor stijgende kwinten:
En dezelfde oefening de andere kant op voor dalende kwinten:

Abstracte oefeningen

De bovenstaande oefeningen zijn anders dan gewone solfège-oefeningen. Ze zijn niet als melodieën die je na een aantal keer zingen uit het hoofd kent. Deze oefeningen blijven ook na talloze malen zingen leerzaam om te doen. Als je een oefening na enige tijd toch kan zingen zonder nadenken, kan je hem lastiger maken door bij de dubbele strepen niet een grote secunde te verhogen, maar een kleine secunde.

Secundes

Hier is een overzichtelijke oefening om grote secundes te oefenen. Ook al zit de oefening eenvoudig in elkaar, het is een hele pittige, omdat na de eerste drie tonen elke volgende toon voelt als een modulatie. De oefening gaat nog op een andere manier tegen ons tonaal gevoel in; we zijn gewend dat een toonladder na acht stappen op het octaaf uitkomt, maar in dit geval zijn we na zeven stappen al op het het octaaf:
Een reeks van kleine secundes zingen is een stuk eenvoudiger, zeker als het dalende secundes zijn:

Tertsen

Ook kleine en grote tertsen kan je stapelen totaan het octaaf. Beide soorten tertsen leveren een pittige oefening: