jump2Vanaf het moment dat ik intensief muziek ging maken, vanaf mijn achttiende, heb ik me afgevraagd waarom er zo’n wereld van verschil ligt tussen de klassieke en de lichte muziek. Ik weet het, het is generaliserend. Er zijn genoeg luisteraars die beide soorten muziek waarderen. Er zijn musici die in beide werelden werken. Er zijn klassieke musici die zich lieten inspireren door de jazz, zoals Stravinsky en Poulenc. En er zijn popmusici die zich lieten inspireren door de klassieke meesters, zoals Focus en Robin Thicke.

Dat mag zo zijn. En toch ervaar ik een groot verschil tussen klassieke muziek en lichte muziek. Lange tijd heb ik gedacht dat het te maken had met het stemgeluid dat men nastreeft, de instrumenten die men gebruikt of de harmonieën die men hanteert. De laatste tijd denk ik steeds vaker dat het te maken heeft met syncopen.

Muziektheorie

In de belangrijke muziektheoretische werken staat dat er in alle soorten muziek syncopen voorkomen. Het zijn alle noten die ‘de normale ritmische stroom doorbreken’. Dat is een hele brede definitie. Zo gezien zijn accenten op de backbeat ook syncopen. Musicologen zullen wel goede redenen hebben om deze definitie te hanteren, maar voor mij als muzikant werkt het zo niet en volgens mij is dit ook niet hoe andere muzikanten het begrip gebruiken. Bij mijn weten is een syncope een noot die voor de tel begint en niet wordt gevolgd door een noot op de tel:
syncopen 6

Klassieke muziek

Als je een syncope aldus definieert, dan komen ze in de klassieke muziek nauwelijks voor. Ik heb de proef op de som genomen en heb een aantal klassieke koorwerken doorgenomen; motetten van Bach en Brahms en chansons van Ravel en Debussy. Tot mijn grote verrassing staat er in die werken niet één echte syncope! Je komt wel iets tegen dat lijkt op een syncope, een overgebonden noot die op de tel begint en aanhoudt tot voorbij de volgende tel. Bij Bach zie je zo’n syncope in het thema van Lobet den Herrn op het woord Heiden:
syncopen 4

In de tweede chansons van Ravel, Trois beaux oiseaux du paradis zie je zo’n noot op beaux en op z-il:
syncopen 4

Maar muzikanten zullen het met me eens zijn dat zulke noten niet werken als een echte syncope, al is het maar omdat ze beginnen óp de tel in plaats van tussen de tel.

Jazz

Laten we dit vergelijken met een aantal vroege nummers uit de jazz. De oudste jazz standard die ik ken is de St. Louis blues uit 1914. (In hetzelfde jaar geschreven als de chansons van Ravel, overigens.) Hierin zie je meteen in de eerste regel een echte syncope:
syncopen 4

Gershwin schreef in zijn beroemde standard I got rhythm ook overduidelijke syncopen:
syncopen 4

In de lichte muziek kom je bijna geen nummers tegen die géén syncopen hebben. Misschien zijn die syncopen dus wel datgene wat de lichte muziek het duidelijkst onderscheidt van de klassieke muziek. Je zou de lichte muziek dan kunnen omschrijven als: ‘syncopenmuziek’. En in het Engels dus bijvoorbeeld als ‘syncopated music’!