A

A capella Zang zonder instrumenten. De term is afkomstig uit het Latijn en betekent letterlijk in de kerk (eeuwenlang mochten daar geen instrumenten worden bespeeld).
A tempo Aanduiding dat je naar het oorspronkelijke tempo terug moet gaan, meestal na een vertraging.
AABA-vorm Meest gangbare vorm van een jazz standard.
Absoluut gehoor Capaciteit om op het gehoor, zonder gebruik van een instrument, toonhoogtes te benoemen.
Absolute hoogte Werkelijke hoogte waarop noten horen te klinken, dat wil zeggen niet geoctaveerd.
Afterbeat Term waarmee men in het Nederlands de backbeat aanduidt. In het Engels gebruikt men die term nauwelijks.
Alteratie Verhoging of verlaging van een noot. Een alteratie kan betrekking hebben op een toon uit een toonladder, maar ook op een toon uit een akkoord.
Alternating bass Engelse term voor wisselbas.
Akkoordsymbool Aanduiding van een akkoord, zoals CM7 voor een mineur-akkoord op c met een toegevoegde septiem.
Arpeggio Akkoord waarvan de noten na elkaar worden gespeeld, meestal van laag naar hoog.
Arrangeren Omschrijven van een nummer voor een specifieke bezetting. Koren in de lichte muziek zingen voornamelijk arrangementen van bestaande nummers.
Articulatie Wijze waarop een noot wordt uitgevoerd.
Attack Aanzet van een toon.

B

Backbeat Accenten op de tweede en vierde tel van een vierkwartsmaat, meestal gespeeld op de hihat of snare drum.
Backing vocals Achtergrondzangers in een band.
Ballad Langzaam nummer.
Barbershop Vocale stijl die eind negentiende eeuw is ontstaan in de Amerikaanse barbershops en in de jaren vijftig weer populair werd. Oorspronkelijk voor vier mannenstemmen, waarbij de melodie ligt in de één na bovenste stem.
Bariton Stemsoort die qua bereik en kleur tussen tenor en bas in ligt.
Basnoot Laagste toon van een akkoord.
Bass drum Grote rechtopstaande trom van een drumstel, die een diepe en doffe klank geeft. Een drummer gebruikt dit instrument voor accenten op de tellen waarop niet de backbeat valt.
Bebop Stijl uit de jazz met hoge tempi, snelle melodieën en gecompliceerde harmonieën, ontstaan in de jaren veertig.
Becijferen Term die we in dit boek gebruiken voor het aanduiden van de verschillende tonen uit de toonladder met cijfers.
Blending Engels voor het mengen van stemmen.
Block chords Engels voor blokakkoorden.
Blokakkoorden Techniek uit de bigband-jazz, waarbij akkoorden worden gemaakt door vier of vijf parallel bewegende stemmen:
Bridge Engels voor brug.
Brug 1. In een popnummer is dit het nieuwe gedeelte dat na een paar coupletten en refreinen komt. 2. In een jazznummer is dit het B-gedeelte van een AABA-vorm.

C

Centrale c Noot c die bij het slot van de piano ligt, ongeveer in het midden van alle toetsen.
Chorus 1. Engels voor refrein. 2. In de jazz zijn dit alle akkoorden van een standard, afgezien van het intro (d.w.z. de verse).
Chromatiek Opeenvolging van halve tonen in dezelfde richting.
Close harmony 1. Meerstemmige zang uit de jazz, waarin veel dissonerende secundes voorkomen. 2. In het Nederlands gebruikt men dit als verzamelterm voor alle soorten lichte vocale muziek.
Combo Instrumentaal ensemble in de jazz, veelal bestaande uit piano, contrabas en drums.
Consonant Samenklank die ontspannen klinkt en niet wringt. Tegenover consonant staat dissonant.

D

Diftong Klank die bestaat uit twee klinkers achter elkaar. Meestal staan er in het woord meerdere klinkers genoteerd, zoals in het Engelse ‘lie’, maar soms staat er ook een enkele klinker, zoals in het Engelse ‘life’.
Dim-akkoord Akkoord bestaande uit drie kleine tertsen op elkaar. Een dim-akkoord op c wordt aangeduid met Co:
Diminished Engels voor verminderd.
Dissonant Samenklank die wringt. Als er in een samenklank bijvoorbeeld twee noten een secunde van elkaar liggen, levert dat een dissonant.
Dominant Vijfde trap. Dit akkoord wil oplossen naar de eerste trap.
Dorisch Mineurtoonladder waarin de sext groot is gemaakt, bijvoorbeeld c-d-es-f-g-a-bes-c:
Dynamiek Verschillende gradaties van luidheid.

E

Eengestreept Octaaf vanaf de centrale c tot de b daarboven. Deze noten geef je aan met –b¹ of met c’–b’:
Eenstemmig Meerdere partijen die dezelfde noten hebben, eventueel in verschillende octaven.

F

Fade-out Wegsterven van een klank.
Fall-off Jazzversiering waarbij de toon aan het eind naar beneden ‘valt’. Men noteert dit met een dalende lijn na de noot:
Freely Engelse aanduiding voor een vrij tempo.

G

Gebroken akkoord Arpeggio.
Gediviseerd Meerdere partijen, genoteerd op één balk.
Gehoortraining Oefenen van je muzikale gehoor, zoals het benoemen van intervallen, akkoorden en ritmes.
Ghost note Noot die veel zachter klinkt dan de noten ervoor en erna.
Glottis Harde aanzet van een klinker aan het begin van een woord. In de klassieke stemvorming wordt de glottis vermeden, maar in de lichte muziek gebruikt men die gewoon.
Grondligging Akkoord waarbij de laagste toon tevens de grondtoon is. In de lichte muziek wordt voornamelijk grondligging gebruikt.
Grondtoon Toon waarop een toonladder of een akkoord is opgebouwd.
Groot octaaf Octaaf onder het klein octaaf. Deze noten duid je aan met hoofdletters, dus met C–B:
Groot septiem Aanduiding uit de klassieke muziek voor majeur septiem.
Groove Ritmische karakter van een nummer; het samengaan van de verschillende ritmes dat een nummer swingend maakt.

H

Half-verminderd septiem Mineurakkoord met een septiem en een verminderde kwint. Op c wordt dit akkoord genoteerd als CM7<5 of C\:
Hihat Dubbele bekken dat wordt gebruikt bij het drumstel voor de hoge doorgaande accenten.
Homofoon Meerdere stemmen die dezelfde tekst zingen op hetzelfde ritme, maar op verschillende toonhoogtes.
Hopfiguur Gepunteerde achtste plus een zestiende binnen een tel:

I

Interval Afstand tussen twee noten. Een melodisch interval is de afstand tussen twee noten die na elkaar klinken en een harmonisch interval tussen twee noten die tegelijkertijd klinken.

J

Jazz standard Veelgespeeld nummer uit de jazz, veelal uitkomstig uit de eerste helft van de twintigste eeuw.
Jazz waltz Nummer in een driekwartsmaat met swing feel.

K

Klein septiem Aanduiding uit de klassieke muziek voor een septiem.
Klein octaaf Octaaf onder de centrale c. Deze noten duid je aan met kleine letters,
dus c–b:
Kleuren Op elkaar afstemmen van het timbre waarmee je zingt.
Kruis-negen Sharp nine.
Kwintencirkel Opeenvolging van noten die een kwint van elkaar liggen. Hiermee kun je bepalen welke voortekens bij de verschillende toonsoorten horen. Rechtsom komt er steeds een kruis bij en linksom een mol. Je kunt in de kwintencirkel ook zien hoe dominantakkoorden willen lossen, namelijk naar het akkoord dat ernaast ligt tegen de klok in:
Kwintparallel Twee stemmen die een reine kwint van elkaar liggen en dezelfde sprong maken. In de klassieke harmonieleer is de kwintparallel verboden:

L

Laid back Term uit de jazz om aan te geven dat een ritme ontspannen wordt genomen, iets achter de tel aan.
Lead Engels voor melodie.
Lead singer Persoon in een band die de melodie zingt.
Lead sheet Bladmuziek van een nummer, met de melodie, de tekst en de akkoorden.
Legatoboog 1. Boog die aangeeft dat je noten aan elkaar moet spelen. 2. In vocale muziek geeft deze boog aan dat je noten op één lettergreep moet zingen.
Lichte muziek Niet-klassieke muziek. Stijlen die hieronder vallen zijn onder andere pop, jazz, musical, gospel en wereldmuziek.
Lintharmonisatie Blokakkoorden.
Lopende bas Walking bass.
Lyrics Engels voor de tekst van een nummer.

M

Majeur septiem Toevoeging die een kleine secunde onder het octaaf ligt. In de klassieke muziek wordt dit een groot septiem genoemd.
Medium Engelse aanduiding voor een gemiddeld tempo.
Meeademen Suggereren van adem bij het aangeven van een inzet met slagtechniek.
Melisma Meerdere noten gezongen op één lettergreep.
Mengen Op elkaar afstemmen van de klankkleur.
Mezzo Afkorting voor mezzosopraan.
Mezzosopraan Vrouwenstem die qua bereik en kleur tussen sopraan en alt in ligt.
Modulatie Veranderen van een toonsoort binnen een nummer.
Moll-Dur In een majeur toonsoort elementen uit mineur gebruiken. Een voorbeeld is het gebruik van een es in de toonsoort G-groot.
Mol-tien Toevoeging van een kleine terts in een majeur akkoord. In Angelsaksische landen noemt men deze toevoeging altijd sharp nine.

N

Nauwe ligging Akkoord waarbij de bovenstemmen zo dicht mogelijk bij elkaar liggen. Het tegenovergestelde is een wijde ligging.
Negen None.
Ninth Engels voor none.
None Toevoeging aan een akkoord die een octaaf plus een hele secunde boven de grondtoon ligt.

O

Octaafparallel Twee stemmen die een octaaf van elkaar liggen en dezelfde beweging maken:
Octaverend Octaaf verschoven.
Omkering Akkoord waarbij de laagste toon die er klinkt niet de grondtoon van het akkoord is.
Ongelijke achtsten Nederlands voor uneven eighths.
Ongelijke zestienden Nederlands voor uneven sixteenths.
Opmaat Begin van een muzikale zin dat voor de maatstreep staat.
Overbinding Boog die aangeeft dat een noot vastzit aan de noot die daarna staat.

P

Parallelle toonsoorten Majeur- en mineurtoonsoort die dezelfde voortekens hebben, zoals G-groot en e-klein, die allebei één kruis hebben.
Partituur Overzicht van alle partijen van een muziekstuk voor drie of meer instrumenten.
Partituurspel Op de piano spelen van alle partijen van een partituur.
Passief dirigeren Gelijkmatige slagbewegingen zonder tikpunten. Deze manier van dirigeren wordt onder andere gebruikt om een tempo aan te duiden voordat het koor gaat zingen.
Pentatonische ladder Ladder met vijf tonen. Op c zijn dat de noten c-d-e-g-a-c.
Pre-chorus Gedeelte in een popnummer tussen het couplet en het refrein.

R

Real book Bekende verzameling jazz standards.
Rechte achtsten Nederlands voor straight eighths.
Rehearsal marks Engels voor repeteerletters.
Repeteerletters Grote letters die in een partituur staan bij het begin van de verschillende gedeeltes.
Ritme-sectie Jazzcombo, vaak bestaande uit piano, bas en drums.
Rubato Italiaanse aanduiding voor een vrij tempo.

S

SATB Afkorting voor een bezetting met sopraan, alt, tenor en bas.
Scatting Techniek uit de jazz, waarin een zanger improviseert op betekenisloze lettergrepen, zoals ‘doo dee oh’ en ‘dwee de loo dap’.
Schema Afkorting voor het akkoordenschema van een nummer.
Scoop Noot ‘van onderen nemen’, dat wil zeggen dat je iets onder de echte toonhoogte begint en snel naar de juiste hoogte glijdt.
Score Engels voor bladmuziek.
Septiem Toevoeging die een hele secunde onder het octaaf ligt.
Seventh Engels voor septiem.
Sharp nine Toevoeging van een overmatige negen in een akkoord.
Shuffle Aanduiding voor swing feel in een pop- of rocknummer.
Slagfiguur Schema om een bepaalde maatsoort te dirigeren.
Slagtechniek Geven van muzikale aanwijzingen met gebaren.
Slash-akkoord Akkoord waarbij in de bas een andere noot klinkt dan de grondtoon. Een C/E bijvoorbeeld is een C-akkoord met een E in de bas:
Slingerbeweging Basisbeweging van de slagtechniek waarbij de hand heen en weer gaat als een slinger.
Snare drum De hoge trom van het drumstel, die met name wordt gespeeld op de backbeat.
Solfège 1. Oefeningen doen voor het van blad zingen. 2. In bredere zin wordt de term ook gebruikt om het oefenen van ritmes lezen en gehoortraining aan te duiden.
Solmiseren Methode voor het van blad zingen, waarbij je de verschillende tonen van de toonladder aanduidt met namen, zoals do-re-mi.
Songbook Boek met popnummers uitgeschreven voor stem en piano.
SSAA Afkorting voor een bezetting met sopraan 1, sopraan 2, alt 1 en alt 2.
Standard Jazz standard.
Stemkruising Twee stemmen die zo bewegen dat de stem die normaliter boven ligt onder komt te liggen:
Straight Afkorting voor straight eighths.
Straight eighths Aanduiding die het einde van uneven eighths of swing feel aangeeft, waarbij de achtsten dus weer gelijk van lengte worden.
Stuiterbeweging Basisbeweging van de slagtechniek, waarbij de hand stuitert als een bal.
Suspended Engels voor uitgesteld.
Sus4 Akkoord waarin de terts vervangen is door de toon die een kwart boven de grondtoon ligt.
Swing 1. Stijlperiode van de oude jazz uit de jaren ’30 en ’40. 2. Afkorting voor swing feel.
Swing eighths Swing feel.
Swing feel Manier van uitvoeren waarbij je binnen elke kwart de eerste achtste ongeveer twee keer zo lang maakt als de tweede achtste.
Syncope Noot die tussen twee tellen begint en waarna er geen noot klinkt op de tel.
Systeem Regel muziek in de bladmuziek, meestal bestaande uit meerdere balken. In koormuziek staan er over het algemeen twee tot vier systemen op een pagina.

T

Tactus Puls van een muziekstuk. Deze term wordt voornamelijk gebruikt in de slagtechniek.
Tegenbeweging Twee stemmen die de andere kant op bewegen:
Tertsstapeling Drie of meer tonen die telkens een terts boven elkaar liggen.
Tikpunt Plek waar in de slagtechniek een tel wordt aangegeven.
Toevoeging Noot waarmee je een drieklank kunt uitbreiden.
Tonica Grondtoon van een toonsoort.
Transponeren Hoger of lager zetten van een nummer, waarmee de toonsoort tevens verandert.
Trap Verschillende akkoorden in een toonsoort, aangeduid met een Romeins cijfer. Het akkoord op de eerste toon van de toonladder is trap i, het akkoord op de tweede toon trap ii, enzovoorts.
Triplet Engels voor triool.
Triplet eighths Swing feel.
Triplet feel Swing feel. Word overigens ook wel triple feel genoemd.
Tritonus Afstand van drie hele tonen, dus een overmatige kwart. Soms ook gebruikt voor een verminderde kwint.
TTBB Afkorting voor een bezetting met tenor 1, tenor 2, bas 1 en bas 2.
Turnaround Laatste akkoorden van een jazz-schema, waarmee er terug wordt gegaan naar het begin.
Tussendominant Akkoord dat niet gelijk is aan de vijfde trap, maar die net als die trap wil oplossen naar de harmonie een kwint lager. Het akkoord is dan majeur en heeft een septiem. Bijvoorbeeld, trap II#7 wil oplossen naar trap v en is dus een tussendominant voor trap v.
Tutti Alle muzikanten van een ensemble gezamenlijk.
Tweegestreept Octaaf boven het eengestreept octaaf, aangeduid met of c”–b”:

U

Uneven eighths Alternatieve aanduiding voor swing feel. Deze term wordt vaak gebruikt als er geen sprake is van een jazz-stijl.
Uneven sixteenths Uitvoeringswijze waarbij binnen elke achtste de eerste zestiende twee keer zo lang wordt gemaakt als de tweede zestiende.
Unisono Italiaanse aanduiding voor eenstemmig.
Up tempo Engelse aanduiding voor een hoog tempo.

V

Vaste voortekens De kruisen en mollen die vooraan de notenbalk staan en de toonsoort aangeven.
Verminderd septiemakkoord Klassieke benaming voor een dim-akkoord.
Verse 1. Couplet in een popnummer. 2. Intro van een jazz standard.
Vocal group Klein vocaal ensemble dat lichte muziek zingt, meestal met vier tot acht zangers.
Vocal percussion Imiteren van drums of percussie met de stem. In de hiphop wordt dit beatboxing genoemd.
Voorbereidende beweging Beweging uit de slagtechniek voor het aangeven van een inzet.

W

Walking bass Bastechniek uit de jazz, waarin doorgaande kwartnoten worden gespeeld en sprongen worden afgewisseld met stukjes toonladder:
Wijde ligging Akkoord waarvan de bovenstemmen ver uit elkaar liggen. Het tegenovergestelde is een nauwe ligging.
Wisselbas Basfiguur waarbij je van elk akkoord afwisselend de grondtoon en de kwint speelt:
Woordverlenging Streep die aangeeft dat een lettergreep bij meerdere noten hoort.
Word extension Engels voor woordverlenging.

Z

Zeven Septiem.

In deze lijst staan bewust geen begrippen uit de zangtechniek. De reden hiervoor is dat de verschillende zangsystemen – zoals EVT, CVT, Lichtenberg-methode en de klassieke stemvorming – verschillende terminologie hanteren. Volgens de CVT bijvoorbeeld bestaat er niet zoiets als een kopstem, terwijl die term in andere zangsystemen wel regelmatig gebruikt wordt. Wees er dus als dirigent op bedacht dat de begrippen voor de zangers verschillende betekenissen kunnen hebben.