sillyVan fouten kan je leren. Soms kan je van andermans fouten ook leren, zoals bij het dirigeren vaak het geval is. Om de vierslag goed te kunnen beheersen is het zinvol om veelgemaakte fouten te bestuderen, en om op die manier je eigen slagfiguur kritisch tegen het licht te houden.

Hier is nogmaals het slagfiguur van de vierslag. Dit figuur is natuurlijk niet het enige juiste slagfiguur. Maar dit figuur combineert in zich wel veel goede eigenschappen, zoals ik in een eerder bericht het laten zien:

Mankementen

Hieronder staan voorbeelden van slechte slagtechniek. Deze slagfiguren zijn de meest voorkomende mankementen. (Met dank aan het boek over slagtechniek van Brock McElheran.)

Misschien wel het meest voorkomende mankement; te hoog slaan, oftewel, te vertikaal slaan. Hierdoor gaan de zangers onrustig zingen, en is de 1 niet meer goed waar te nemen:

Een minder voorkomende fout; het tikpunt van de 1 ligt lager dan van de overige tellen:

De vierde tel te hoog

Hier is een fout die vaak door dirigenten van de oude stempel wordt gemaakt; het tikpunt van de 4 ligt hoger dan de andere tikpunten. (Dit doet denken aan de slagtechniek van een eeuw geleden, waarin de tikpunten vanaf de 1 steeds hoger liggen. Hierover meer in een later bericht.)

Extra draai op 4

Tenslotte nog twee slagfiguren waarin de beweging tussen 3 en 4 niet logisch wordt gemaakt. In dit eerste voorbeeld wordt een hoek gemaakt tussen 3 en 4. De zangers zullen hierdoor onrust ervaren in de derde tel.

En in dit tweede voorbeeld wordt er een vreemde extra lus gemaakt tussen 3 en 4. Deze ingewikkelde manier van bewegen komt veel voor, en lijkt ook een overblijfsel van oudere vormen van slagtechniek: