Een goede dirigent is in staat om toonsoorten af te leiden van de stemvork. Hoe kan je dat het beste doen? Vanuit de a van de stemvork wil je het liefst zo snel mogelijk springen naar de grondtoon. Maar niet elk interval is even gemakkelijk te treffen. Een stijgende secunde of stijgende kwart is nog wel te doen. Maar een sext treffen of een tritonus, dat is andere koek.

Over sommige toonsoorten kunnen we kort zijn. De toonsoort A (of het nu groot of klein is) is gemakkelijk af te leiden. De grondtoon is de a van de stemvork, het is een kwestie van het zingen van de juist toonladder op a. Ook voor de toonsoorten die één secunde van a af liggen – dat wil zeggen G, G#, B@ en B (groot of klein) – is er maar één voor de hand liggende methode om ze af te leiden. Vanuit a spring je direct naar de grondtoon van de nieuwe toonsoort.

Grotere afstanden

Als de grondtoon verder van a verwijderd ligt, is het lastiger om de toonsoort af te leiden. Soms ook zijn er meerdere methoden waaruit je kan kiezen. Neem de toonsoort D (groot of klein). De d kan je op twee manieren afleiden van de a, omhoog of omlaag; vanuit de lage a kan je een stijgende kwart denken, of vanuit de hoge a kan je een dalende kwint denken:

Ook de toonsoort C (groot of klein) kan je op twee manieren afleiden. Vanuit de lage a kan je een kleine terts omhoog denken. Maar er is nog een goede manier. Vanuit de hoge a kan je een grote secunde naar beneden denken naar de g. Omdat de g de kwint in de toonsoort is, geeft dit een belangrijk houvast voor de toonsoort. Vanuit de g moet dan weer een kwint omlaag worden gedacht:

Onhandig

In mijn opleiding kom ik ook nog wel eens studenten tegen die C (groot of klein) als volgt afleiden. Vanuit a leiden ze eerst de d af, en vervolgens leiden ze de c af. Dit is een onhandige methode, en wel om de volgende reden. Door eerst naar de d te gaan, ervaar je de toonsoort D (groot of klein). Vervolgens moet je die weer loslaten om naar de toonsoort C te gaan. Deze methode gaat dus in twee stappen, in plaats van één stap. De kans op fouten en op onzuiverheden is dus groter:

Overige toonsoorten

De principes zijn hopelijk duidelijk. Ik loop nog even snel door de andere toonsoorten.De toonsoort C# (groot en klein) kan je het beste afleiden via de gis. Ga liever niet vanuit de a een grote terts omhoog, want daardoor ervaar je de foutieve toonsoort A-groot. Leid de toonsoort E@ ook via de kwint bes af.Leidt de toonsoort E (groot of klein) het liefst af vanuit de b. Als je de e direct vanuit de a afleidt, versterkt dat het gevoel voor de toonsoort A (groot of klein).

De toonsoort F-groot leidt je eenvoudig af door vanuit de a direct een grote terts naar beneden te gaan. F-klein is veel lastiger. Eerst moet je de f afleiden, en daarna moet je de a moeten ‘vergeten’ en as afleiden. Voor F# geldt het omgekeerde; F#-klein eenvoudig, maar F#-groot lastig. Een truc om deze lastige toonsoorten F-klein en F#-groot eenvoudiger af te leiden, heb ik niet.

Vuistregel

Samenvattend: probeer vanuit de a van de stemvork een kleine stap te maken, naar de grondtoon of naar de kwint van de nieuwe toonsoort. Probeer te voorkomen dat je een toonsoort versterkt die niet de toonsoort is die je zoekt, want dan kost het daarna weer extra moeite om die foute toonsoort te ‘vergeten’.