In de lessen ensembleleiding die ik geef aan het conservatorium van Amsterdam werd gevraagd naar de uitspraak van het Latijn in koormuziek. Dat is niet helemaal mijn terrein. Maar uitgaande van diverse bronnen heb ik toch even een overzichtje gemaakt.

Klinkers

a tussen a en aa anima mea
sanctus
(aaniemaa me·aa)
(saanktus)
e tussen e en i deus
gentes
(de·oes)
(gentes)
i = ie initium (ienietsie·oem)
o als in zone quoniam (koe·onie·aam)
u = oe tu (toe)
y = ie kyrie (kierie·e)

 

Tweeklanken

ae, oe = e aeterna
dies irae
in coeli
(eternaa)
(die·es iere)
(ien tsjelie)
au aa·oe exaudi
paupere
(eksaa·oedie)
(paa·oepere)
eu = e·oe meus (me·oes)
ua, ui, uo = oe·aa, oe·ie, oe·o quis (koe·ies)

 

Medeklinkers

c voor a, o, u en voor medeklinkers: k lacu
caro
factus
(laakoe)
(kaaro)
(faaktus)
  voor e en i: tsj decet
luceat
cervus
civitatem
(detsjet)
(loetsje·aat)
(tsjerwoes)
(tsjiewietaatem)
ch = k chorus (koroes)
g voor a, o of u: g als in garçon gavisi (gaawiezie)
  voor e: dzj angeli
gentes
(aandzjelie)
(dzjentes)
gn = nj magna
ignem
(maanjaa)
(ienjem)
j = ie jubilo (joebielo)
s meestal hard
maar tussen klinkers zacht
deus est
gavisi
(de·oes est)
(gaawiezie)
sc voor e of i: sj suscepit (soesjepiet)
t voor i zonder woordaccent: ts otium
tibi
(otsie·oem)
(tiebie)
v tussen v en w votum (wotoem)
x = ks pax (paaks)
xc voor e: tsj, dus de x vervalt excelsis (etsjelsies)
z = dz zelus (dzeloes)

 

Woordaccenten

In de uitspraak is hierboven de lettergreep met het woordaccent telkens cursief gemaakt. De regels voor de woordaccenten zijn niet eenvoudig. (Ik hoop dan ook dat er geen fouten staan in het lijstjes hierboven.) In het algemeen ligt het woordaccent op de een na laatste lettergreep, maar soms ligt het op de twee na laatste lettergreep, als een van de laatste lettergrepen kort is (zoals in paupere of otium).