Het schrijven van pakkende ritmes in soul en funk is nog niet zo eenvoudig. Om dat te oefenen is hier een arrangeeroefening. We werken aan een arrangement van Isn’t she lovely van Stevie Wonder voor vierstemmig koor a capella plus solostem. De opdracht is om een lekkere baslijn te schrijven in de basstem en swingende homofone akkoorden in de drie bovenstemmen. De baslijn en de akkoorden moeten elkaar op zo’n manier aanvullen, dat er een groovy geheel ontstaat.

De opdracht ziet er als volgt uit:

De harmonieën zijn alvast gegeven. De opdracht gaat puur en alleen om de ritmes. Als je inderdaad de arrangeeropdracht gaat maken, kun je het beste nu stoppen met verder lezen. Hieronder wordt uitgelegd hoe je te werk zou kunnen gaan.

Doorgaande kwarten

De lange akkoorden die in de opdracht staan geschreven geven geen energie en groove. We hebben dus kortere noten nodig in de drie bovenstemmen. Een eerste versie zou kunnen bestaan uit herhalen kwarten:

Deze versie werkt in al zijn eenvoud behoorlijk goed. In de melodie staan de nodige syncopen, zodat er een wisselwerking ontstaat tussen verschillende ritmes. De kwarten maken dat de klank goed ‘geaard’ blijft. De noten zijn wel aan de lange kant. Het werkt beter om de noten iets korter te maken. Een eenvoudige manier om dat te noteren is door alle staccato te maken.

Baslijn

De kwarten werken met name goed als in de basstem daaronder een ander ritme klinkt waarin ook syncopen zitten. Hier is een eenvoudige versie:

Afwisseling

De herhalende kwarten in de bovenstemmen klinken fijn, maar deze manier van schrijven heeft een groot nadeel. Voor zangers is het moeilijk om de kwarten goed te blijven zingen. Het ritme is eentonig, en daardoor wordt het na enige tijd lastig om de ritmes goed ingeleefd te zingen en strak te houden. Het is alsof de zangers door de monotoniteit na een paar maten het gevoel voor de ritmes kwijtraken. (Hetzelfde gebeurt als je lange tijd dezelfde noot moet zingen, op een gegeven moment wordt het vocaal steeds lastiger om die noot vrij te houden en goed te blijven intoneren.) Om ritmes lekker te blijven zingen, is het dus nodig om daarin enige afwisseling te hebben.

Hier is een tweede versie voor de bovenstemmen, waarin de nodige afwisseling zit:

Meer complexe versie

Deze ritmes zijn al iets interessanter dan de doorgaande kwarten, maar toch kan de groove nog interessanter. Het toevoegen van nog meer syncopen maakt de ritmes niet beter. Daarmee wordt het karakter te lichtvoetig. Wat wel goed werkt is het volgende. Het stuk staat in ongelijke achtsten. Dat wil zeggen dat je over elke kwart een triool kunt denken. Je hebt dus ook de mogelijkheid om in elke tel drie noten te zingen. In de originele opname klinken zelf veel syncopen op de tweede tel van die triolen. Hier is nog een ritmische geavanceerdere versie voor de partijen van de drie bovenstemmen:

Om in de baslijn ook wat variatie te creëren is er een soort fill geschreven na vier maten.