De juiste maatsoort kiezen

Als je een nummer arrangeert, moet je bepalen in welke maatsoort je gaat noteren. Hoe weet je welke maatsoort de juiste is? In de jazz- en popmuziek worden lang niet zoveel verschillende maatsoorten gebruikt als in de klassieke muziek. Verreweg de meeste nummers wordt genoteerd in 4/4. En daarnaast komen nog maar een paar maatsoorten voor.

De beste methode om een maatsoort af te leiden is de volgende. Stel je voor dat je het nummer moet aftellen voor een band. Tel je bij het aftellen tot vier? Dan is bijna altijd een 4/4-maat de geschikte maatsoort. Tel je tot drie, dan kan een 3/4-maat geschikt zijn, maar in sommige gevallen is een 6/8-maat een betere keus.

Oude notatie van swing feel

In een eerder bericht kwam het begrip swing feel aan de orde. De beste manier om het te noteren is door boven de muziek de aanduiding ‘Swing feel’ te zetten en gewone achtsten te schrijven. Voordat deze manier van swing noteren in de jaren zestig gebruikelijk werd, noteerde men swing op een andere manier.

De ouderwetse manier van het swing noteren is met een gepunteerde achtste en een zestiende. In de klassieke muziek wordt dit ritme een hop-figuur genoemd:

Inzetten aangeven op verschillende tellen

Een dirigent geeft inzetten aan. De beweging van de dirigent loopt vooruit op de inzet, zodat de zangers de inzet kunnen zien aankomen. De conventie is dat de voorbereidende beweging op de tel vóór de inzet begint. Bijvoorbeeld, als de inzet op tel 4 is, begint de voorbereidende beweging op tel 3.

Het aangeven van inzetten vóór de daadwerkelijke inzet vergt behoorlijk wat oefening voor beginnende dirigenten. Hieronder staan oefeningen voor het geven van inzetten op verschillende tellen. Om de oefening zo concreet mogelijk te houden zijn er bekende liedjes gekozen.

Walking bass

walkingbassIn jazz speelt de bassist vaak een zogenaamde walking bass. Zo’n baslijn bestaat uit alsmaar doorgaande kwartnoten in een vierkwartsmaat. Door het monotone ritme ontstaat een cadans die inderdaad doet denken aan wandelen. Toch is een walking bass verre van saai, omdat er in de noten juist veel afwisseling zit.

Hier is een voorbeeld van een walking bass, over een eenvoudig schema IVIII#IIVI in de toonsoort C:

Voorzingen in het goede octaaf

Het bereik van een gemengd koor is iets meer dan drie octaaf, van de lage F van de bassen tot de hoge van de sopranen. Het bereik van een gemiddelde dirigent is een stuk kleiner. Daarom is het conventie dat een dirigent de noten van de andere sekse geoctaveerd voorzingt.

Intervallen zingen

In eerdere berichten heb ik laten zien dat van blad zingen het beste gaat als je de noten relateert aan de toonsoort. Voordelen van die methode zijn dat je je minder snel vergist, dat je grote sprongen ook leert treffen, en dat je beter op toon blijft.

Toch zijn er ook momenten waarop je gewoon intervallen moet ‘prikken’, los van de contekst waarin ze staan. Bijvoorbeeld als er alteraties in een melodie staan of als de toonsoort onduidelijk is.

Gevarieerd arrangeren

Als je gaat arrangeren voor een vocale groep ligt er een wereld voor je open. Hoe maak je keuzes uit al die mogelijkheden? Een goede startpunt is om te bedenken wat je aantrekkelijk vindt aan het stuk. Dat is dus wat je over wilt brengen met het arrangement.

Wordt je gegrepen door de tekst? Of door de harmonieën? Of door de melodie? Of intrigeren de dissonanten? Of vind je het baslijntje lekker of de groove? Of wordt je juist geraakt de leegte van het stuk? Dat wat je aantrekkelijk vind aan het stuk bepaalt je uitgangspunt bij het schrijven van je arrangement.

Blokakkoorden in vocale arrangementen

In de jazz wordt veel gebruik gemaakt van zogenaamde ‘blokakkoorden’. Dit is een vierstemmige manier van schrijven, waarbij alle stemmen samen omhoog en omlaag bewegen.

Blokakkoorden geeft een uitermate jazzy, boeiende klank. Pianisten gebruiken deze techniek in het harmoniseren van een melodie, en in een big band worden blokakkoorden vaak gespeeld door een sectie blazers, bijvoorbeeld door vier saxofoons.

In het Nederlands worden blokakkoorden ook wel treffend aangeduid met lintharmonisatie; de vier stemmen zijn als een lint met vier kleuren dat steeds even breed blijft:

Arrangeren in 9 stappen

Eén van de meest aantrekkelijke kanten aan de close harmony is het arrangeren voor je eigen groep. Door het zelf te schrijven, kan je ervoor zorgen dat een arrangement toegesneden is op de kwaliteiten van de zangers. Je maakt het bereik passend voor de zangers, je kiest de goede hoogte voor de solist die je op het oog hebt en je zorgt ervoor dat het geheel niet te moeilijk is voor de zangers en tegelijkertijd toch uitdagend.

Waar moet je als onervaren arrangeur beginnen? Hieronder wordt in 10 stappen geschetst hoe een arrangement kan wor­den opgezet.

Partituurspel

Als dirigent moet je dikwijls partituren spelen met meer dan twee balken. Het kan gaan om een a capella stuk waarbij alle partijen op losse balken genoteerd staan, of om een stuk voor koor met begeleiding. Zo’n partituur is lang niet zo eenvoudig te spelen als een pianopartij genoteerd op twee balken. Hoe ga je te werk om zo’n partituur je eigen te maken?

De grote valkuil bij het spelen van ingewikkelde partituren is dat je alle noten wilt raken. Hierdoor ga je haperend spelen en verlies je het plezier in het spelen. Laat dit perfectionisme los, dan hou je de flow in het spel!