Binnenkort komt er bij De Haske een derde boek uit van mijn hand: ‘Van blad zingen’. Je kunt alvast meer over het boek lezen op www.vanbladzingen.nl.
Vorige week is mijn nieuwe boek uitgekomen. Het heet ‘Een en al oor’, en er staan oefeningen in om de zangers in je koor of in je vocal group naar elkaar te leren luisteren. Ik heb voor dit boek (en mijn vorige boek ‘Meerstemmig inzingen’) een website gemaakt. Daar kan je veel meer informatie vinden. Ga daarvoor naar www.inzingen.nl.

Reharmonisatie is het veranderen van de akkoorden die oorspronkelijk bij een nummer horen. Bij reharmoniseren heb je ongelofelijk veel mogelijkheden. Als beginnend arrangeur zie je daarom misschien door de bomen het bos niet meer. Daarom staat hier een overzicht van de technieken die je kan gebruiken om nieuwe akkoorden te bedenken. De zes technieken die hier worden genoemd lopen op in complexiteit.
![]()
Reharmonisatie wordt veel toegepast in de jazz en veel minder in de popmuziek. De meeste technieken voor reharmoniseren leveren dan ook een jazzy klank.
![]()
In de voorbeelden wordt steeds uitgegaan van het volgende basale schema:
| C | F | Dm | G7 | C |
Techniek 1. Maak de akkoorden rijker met toevoegingen
Maak van drieklanken vierklanken, door bijvoorbeeld een septiem of een none toe te voegen:
| C9 | Fmaj7 | Dm7 | G7 | C |
Maak eventueel vijfklanken van de akkoorden. Dit kan bijvoorbeeld door er een septiem, none of sext aan toe te voegen:
| Cmaj79 | F96 | Dm79 | G76 | C96 |
![]()
In een dominant-septiem-akkoord passen veel toevoegingen. Daar kan je ook een mol-9, mol-10 of kruis-11 toevoegen:
| C | F | Dm | G7-9 | C |
![]()
Techniek 2. Verander het akkoord
Je kunt in plaats van noten toe te voegen ook akkoordtonen veranderen. Verander de terts bijvoorbeeld in een sus4:
| C | F | Dm | G7sus4 | C |
![]()
Een sus4 wil graag oplossen naar de terts. Een veelgebruikte verandering is om eerst een akkoord sus4 te maken en het daarna op te lossen, zodat er twee akkoorden klinken in plaats van één:
| C | F | Dm | G7sus4 G7 | C |
Meer daarover hieronder bij techniek 5.
![]()
Je kunt de kwint van een akkoord veranderen in een verminderde kwint:
| C | F | Dm–5 | G7 | C |
Of je kunt de kwint veranderen in een overmatige kwint:
| C | F | Dm | G7+5 | C |
![]()
Techniek 3. Plaats een een akkoord dat leidt naar een volgend akkoord
In het schema staat F voor Dm, hoewel F niet leidt naar Dm (volgens de kwintencirkel). Een akkoord dat wél naar Dm leidt is Am. Je kan F daarom vervangen door Am:
| C | Am | Dm | G7 | C |
![]()
Je kan F ook vervangen door A7, omdat dat akkoord evenzogoed leidt naar Dm:
| C | A7 | Dm | G7 | C |
![]()
Je kan Dm vervangen door D7, omdat die ook leidt naar G:
| C | F | D7 | G7 | C |
![]()
Het C-akkoord kan je vervangen door C7, omdat die een dominant-functie heeft voor F.
| C7 | F | Dm | G7 | C |
![]()
Je zou deze techniek ook als volgt kunnen verwoorden: ga terug in de kwintencirkel, uitgaande van de akkoorden die er al staan. Terug in de kwintencirkel is dus met de klok mee.
Techniek 4. Plaats een akkoord dat logisch volgt op een vorig akkoord
In het schema staat F voor Dm, hoewel F niet leidt naar Dm. Het akkoord waar F wél naar leidt is Bes. Je kunt Dm daarom vervangen door Bes:
| C | F | Bes | G7 | C |
![]()
Je zou deze techniek ook als volgt kunnen verwoorden: ga verder in de kwintencirkel, uitgaande van de akkoorden die er al staan. Verder in de kwintencirkel is dus tegen de klok in.![]()
Techniek 5. Vervang een akkoord door twee akkoorden
In plaats van een akkoord te vervangen, kan je ook een akkoord invoegen. Op de plek waar er oorspronkelijk één akkoord klinkt, komen er dan twee akkoorden. Het akkoord dat je invoegt, kan je afleiden met een van de voorgaande technieken. Hieronder worden wat mogelijkheden geschetst.
![]()
Je kunt C vervangen door C en C7, omdat die leidt naar F:
| C C7 | F | Dm | G7 | C |
![]()
Je kunt C vervangen door Csus4 en C, omdat Csus4 wil oplossen naar C:
| Csus4 C | F | Dm | G7 | C |
![]()
Het is dan muzikaal bevredigend hetzelfde te doen met het F-akkoord, zodat er enige symmetrie ontstaat:\
| Csus4 C | Fsus4 F | Dm | G7 | C |
![]()
Een akkoord dat leidt naar C is Gm. Je kunt C daarom vervangen door Gm en C. In dit geval werkt een mineurakkoord beter dan een majeurakkoord:
| Gm C | F | Dm | G7 | C |
![]()
Je kunt F vervangen door F en Bes, omdat Bes na F komt in de kwintencirkel:
| C | F Bes | Dm | G7 | C |
![]()
Je kan Dm vervangen door Am en Dm, omdat Am vóór Dm komt in de kwintencirkel:
| C | F | Am Dm | G7 | C |
Of je kan Dm vervangen door A7 en Dm:
| C | F | A7 Dm | G7 | C |
![]()
Je kan G7 vervangen door D7 en G7:
| C | F | Dm | D7 G7 | C |
![]()
Als je Dm al hebt vervangen door een D7, dan kan je G7 vervangen door Dm7 en G7:
| C | F | D7 | Dm G7 | C |
![]()
Een mogelijkheid die heel veel wordt toegepast is om het dominant-akkoord op de vijfde trap (G7 in dit geval) te vervangen door een sus4-akkoord en zijn oplossing:
| C | F | Dm | G7sus4 G7 | C |
![]()
Het slot-akkoord C ten slotte kan je vervangen door een sus4-akkoord plus oplossing:
| C | F | Dm | G7 | Csus4 C |
Meerdere akkoorden splitsen
Als je op één plaats in het akkoordenschema een akkoord hebt gesplitst in twee akkoorden, kan je dat op andere plaatsen ook doen, zodat de snelheid van de akkoordwisselingen constant blijft.
Als je voor elk akkoord in het schema de tussendominant plaatst, ontstaat het volgende schema:
| C C7 | F A7 | Dm D7 | G7 | C |
![]()
Met al deze tussendominanten ontstaat een stuwend schema, dat bluesy aandoet.
![]()
Als je voor elk akkoord in het schema het akkoord plaatst dat in de kwintencirkel vóór het volgende schema staat, maar als je de akkoorden in overeenstemming houdt met de toonsoort, onstaat het volgende:
| C Cmaj7 | F Am7 | Dm Dm7 | G7 | C |
![]()
De sfeer die zo onstaat is lieflijker dan het vorige.
Techniek 6. Tritonus-vervanging
Tritonus-vervanging houdt in dat een dominant-akkoord vervangen wordt door hetzelfde akkoord een tritonus (= verminderde kwint of overmatige kwart ) verschoven.
![]()
Het G7-akkoord vervangen door een akkoord dat een tritonus verschoven ligt, oftewel Des7:
| C | F | Dm | Des7 | C |
![]()
Een tritonus-vervanging werkt vooral goed als de akkoorden voldoende jazzy klinken door toevoegingen:
| Cmaj79 | F796 | Dm79 | Des79 | C69 |
Technieken combineren
De technieken die hierboven staan kunnen gecombineerd worden. Een akkoord kan bijvoorbeeld toevoegingen krijgen (techniek 1) én een sus4 (techniek 2):
| C | F | Dm | G79sus4 | C |
![]()
Een akkoord kan vervangen worden door een ander akkoord (regel 3 of 4), en op dat nieuwe akkoord kan dan een tritonus-vervanging worden toegepast:
| C | Es7 | Dm | G7 | C |
![]()
In het bovenstaande voorbeeld is in eerste instantie F vervangen door de tussendominant voor Dm, namelijk A7. Vervolgens is er op dat akkoord weer een tritonus-vervanging toegepast, dus kom je op Es7.
Harmoniseer in overeenstemming met de melodie
In alle voorbeelden hierboven is geen rekening gehouden met de melodie. Het kan voorkomen dat de tonen uit de melodie strijdig zijn met akkoorden die je verzonnen hebt. In dat geval moet je dus op zoek naar een alternatief.
Waarom zakt een koor? Dat is een intrigerende vraag. Waarom komt het zoveel meer voor dat een koor zakt, dan dat een koor stijgt? Waarom kost het zelfs gevorderde koren zoveel moeite om op toon te blijven? Waarom kan het zo frustrerend zijn om te werken aan zuiverheid?
Dat een koor snel zakt heeft alles te maken met het feit dat zangers af en toe te laag intoneren. Een koor streeft ernaar om zuiver te zijn. Als er ergens in het koor te laag wordt geïntoneerd, zullen de andere zangers proberen de samenklanken zuiver te maken, en zullen dus ook iets te laag gaan intoneren. Dus, elke keer als er iemand te laag intoneert zal het koor als reactie daarop wat zakken. Een koor blijft pas op toon als alle zangers goed intoneren. Je zou kunnen zeggen dat een koor als geheel zo goed intoneert als de zwakste schakel.
Blijft de vraag over: waarom intoneren zangers te laag? Daarop heb ik nog nooit een zinvol antwoord gehoord. Misschien heeft het ermee te maken dat zangers gemiddeld veel lager spreken dan dat ze zingen. En dat er dus vanuit een te lage klank wordt begonnen met zingen.
Zuiver zingen is complexe materie. Goed intoneren heeft duidelijk te maken met muzikaliteit en met stemtechniek. Maar toch geven die geen garantie voor goed intoneren. Ik ken een boel zangers die conservatorium zang hebben gestudeerd, maar toch matig intoneren. Ik ken ook een heleboel ongeschoolde zangers die fantastisch intoneren. Er zijn zangers die in een koor goed intoneren, maar solistisch ineens matig gaan intoneren. En omgekeerd zijn er ook weer zangers die solistisch prima intoneren, maar in een koor ineens slecht intoneren. Intonatie blijft een moeilijk grijpbaar fenomeen.
Gelukkig kan je als dirigent veel bijdragen aan de intonatie van je koor. Daarover binnenkort meer.
Om te weten welke toonsoorten bij welke voortekens horen, leren we bij de muziekles ezelsbruggetjes. Voor de toonsoorten met mollen is er ‘Friese boeren eten alle dagen gerst’ en voor de toonsoorten met kruisen is er ‘Geef de armen een bord fis’. Het nadeel van deze trucjes is dat ze werkelijk begrip van toonsoorten en voortekens tegenhouden.
Veel beter is het om de toonsoorten van elkaar af te leiden. C heeft 0 kruisen. Als je één hele toon omhoog gaat komen er twee kruisen bij. D heeft dus 2 kruisen, E heeft 4 kruisen, en Fis heeft 6 kruisen. Vanuit C kan er ook omlaag worden gegaan. Als je één hele toon omlaag gaat komen er twee mollen bij. Bes heeft 2 mollen, As heeft 4 mollen en Ges heeft 6 mollen:

Op dezelfde manier kunnen de overige toonsoorten worden afgeleid van F en G. G heeft 1 kruis, A heeft 3 kruisen en B heeft 5 kruisen. F heeft 1 mol, Es heeft 3 mol en Des heeft 5 mollen:

Samenvattend: als de grondtoon een hele toon verschuift, verandert de toonsoort twee voortekens. Omhoog komen er twee kruisen bij, omlaag komen er twee mollen bij. Een even aantal kruisen of mollen kan worden afgeleid van de toonsoort C. Een oneven aantal kruisen of mollen van de toonsoort F of G.
Mineur
Bij elke majeurtoonsoort hoort natuurlijk een parallelle mineurtoonsoort, zoals C-majeur en A-mineur dezelfde voortekens hebben. Maar je kan mineurtoonsoorten ook van elkaar afleiden op dezelfde manier als dat hierboven met majeurtoonsoorten is gedaan. Ook in mineur komen er twee kruisen bij als je een secunde omhoog gaat, en komen er twee mollen bij als je een secunde omlaag gaat. Hieronder staat hoe je mineurtoonsoorten kan afleiden van A-mineur:
Hier staat hoe je mineurtoonsoorten met een oneven aantal kruizen en mollen kan afleiden uit D-mineur en E-mineur:
Voordat je een arrangement aanschaft, wil je weten of de moeilijkheidsgraad van het arrangement aansluit bij het niveau van je koor. Bij mijn arrangementen vermeld ik het niveau over het algemeen op een schaal van I (gemakkelijk) tot V (zeer moeilijk). Deze indeling komt overeen met die van een aantal bekende arrangeurs uit de VS.
Hoe zit het met deze verdeling? Hoe ziet een arrangement van niveau II er bijvoorbeeld uit, en wat moet je koor kunnen om zo’n arrangement te kunnen zingen? Laten we beginnen met de uiteinden van de schaal, dus niveau I en niveau V. Een koor van niveau I is een koor dat de eenvoudigste stukken zingt. Vierstemmig is amper haalbaar met deze zangers, twee- of driestemmig past beter bij hen. Zo’n koor zingt bijna uitsluitend homofone muziek. De koorpartijen bestaan uit eenvoudige diatonische lijnen, liefst zonder enige chromatiek. Harmonisch gezien is zo’n koor in staat om drieklanken te zingen, maar moeilijkere samenklanken leveren een probleem. Wat betreft ritmes zal een enkele syncoop wel gaan, maar een combinatie van meerdere syncopen achter elkaar zal lastig worden. Zo’n koor de neiging hebben om bij het a cappella zingen snel te zakken, en zo’n koor kan dan ook het beste instrumentale ondersteuning hebben.
Niveau V
Aan de andere kant van het spectrum zit een koor of vocal group van niveau V. Hierin zitten professionele zangers die uitstekend van blad kunnen lezen, waarvan elke zanger moeiteloos een partij kan dragen, en waarbij elk denkbare interval gezongen kan worden.
Niveau III
Hoe ziet een koor eruit in het midden van de schaal, een koor van niveau III? Zo’n koor kan vijf- en zesstemmig zingen, en kan niet-homofone partijen aan. Zo’n koor zingt graag close harmony, dus nauwe liggingen met secundes die tegen elkaar aan liggen. Chromatiek zal voor zulke zangers geen groot probleem leveren, zolang de chromatiek ingebed is in herkenbare harmonieën. Wat betreft ritmiek, zullen syncopen weinig problemen leveren. Als de partijen ritmisch onafhankelijk van elkaar zijn, zal dit wel de nodige studie vergen om het ‘onder elkaar te houden’. Deze zangers weten dat ze met z’n allen moeten proberen niet te zakken, maar het lukt niet altijd dat te vermijden. Dit koor zal geliefd zijn op festivals, en daar zelfs in de prijzen kunnen vallen.
Niveau’s II en IV
De overgebleven twee niveau’s kan je tussen de andere plaatsen. Een koor van niveau II kan vierstemmig zingen, en komt het best tot z’n recht in homofone arrangementen. Chromatiek kost moeite, maar is mogelijk. Lastige ritmische passages met syncopen krijgen de zangers moeilijk onder de knie. Zo’n koor kan vierklanken zingen, zolang ze een heldere harmonische functie hebben. Een koor van niveau IV bestaat uit de meest gevorderde amateur-zangers. De bassen houden moeiteloos een baslijn overeind, ook al staat die lijn los van alle andere stemmen. Alle stemmen blijven ook in de hoogste noten goed intoneren. Deze zangers durven alles aan, maar de zangers zijn solistisch niet altijd even sterk.
Overzicht
| Niveau | Zangers | Bezetting | Melodisch | Harmonisch | Ritmisch |
| I | Onervaren zangers | Twee- of driestemmig | Geen chromatiek | Drieklanken | Homofoon |
| II | Onervaren zangers | Vierstemmig | Beetje chromatiek | Vierklanken | Vooral homofoon |
| III | Ervaren zangers | Vijfstemmig | Chromatiek | Close harmony | Ook niet-homofoon |
| IV | De beste amateur-zangers | Zesstemmig | Lastige sprongen | Zesklanken | Complexe ritmiek |
| V | Professionals | Evt. solistisch | Overmatige en verminderde intervallen | Alles | Alles |
Hier is een poppy inzingoefening in 6/8, die als canon gezongen kan worden:
Het sterretje geeft aan wanneer de tweede stem in moet vallen. Vierstemmig kan de oefening dus als volgt klinken:
Deze oefening lijkt op de oefeningen die ik heb geschreven in het boekje ‘Meerstemmig inzingen’. Misschien komt deze oefening in een eventuele tweede druk te staan, mocht het er ooit van komen.
Bij het inzingen met mijn koren gebruik ik de laatste tijd vaak arpeggio’s. Pittig om te zingen, maar heel leerzaam. Hier is een voorbeeld van zo’n arpeggio-oefening. In dit geval gaat het om een arpeggio dat eerst van onder naar boven wordt gezongen, en daarna van boven naar onder:
Over een paar maanden verschijnt er bij uitgeverij De Haske een boek van mijn hand waarin onder andere dit soort arpeggio’s staan. Het boek heet ‘Een en al oor’ en er staan oefeningen in om de zangers in je koor nog beter naar elkaar te laten luisteren. De bovenstaande oefening staat niet in het boek, overigens.
Bij het repeteren heb je als dirigent veel te doen. Allereerst moet je natuurlijk van een stuk de noten repeteren, maar daarbij moet je de balans bewaken, de uitspraak mooi maken, een goede koorklank verkrijgen, voorkomen dat de zangers gaan haasten, zorgen voor een goede intonatie, en daarbovenop nog zorgen dat de zangers vanuit het hart zingen, zodat de muziek expressief wordt.
In het repeteren zit over het algemeen een logische volgorde. Je studeert eerst de noten in, als de noten redelijk zitten ga je werken aan het afstemmen van balans, klank en intonatie, en als laatste ga je bezig met expressiviteit.
Het komt nog wel eens voor dat dirigenten de volgorde bij het repeteren husselen. Als de noten nog niet goed gekend zijn, vraagt zo’n dirigent bijvoorbeeld aan het koor om beter te intoneren. (Terwijl de noten niet slecht geïntoneerd worden, maar de zangers nog twijfelen over welke noot ze moeten zingen.) Of zo’n dirigent vraagt aan het koor, terwijl de ritmes nog niet goed zitten, om niet te gaan haasten.
Ik heb een poging gedaan om de onderwerpen die je als dirigent moet behandelen in repetities te ordenen in een pyramide. Deze hierarchie van het instuderen heeft drie fases. In de eerste fase ga je de partituur studeren, zoals de noten, de tempi en de dynamiek. In de tweede fase ga je muzikale afgestemmen tussen de zangers, zoals de balans, de klank, de timing en de intonatie. In de derde fase wordt de muziek op een meer abstract niveau benaderd, en ga je de zangers vragen om werkelijk expressief te zingen en een lekkere groove te maken.
Hieronder staat de hierarchie van het instuderen:
Over het algemeen zal je als dirigent eerst met een koor werken aan partituur-fase, daarna aan de afstem-fase en als laatste aan de expressie-fase. De verschillende onderdelen binnen elke fase kan je onafhankelijk van elkaar behandelen, maar je kan ook tegelijkertijd werken aan alle onderdelen. In de partituur-fase kan je werken aan het spreken van de tekst en los daarvan de melodie zingen zonder tekst. In de afstem-fase kan je bijvoorbeeld los werken aan intonatie en los aan blend, maar je kan ze ook tegelijkertijd aan de orde laten komen.
Hier zijn wat solfège-oefeningen om trappen te zingen in mineur:
In de klassieke muziek wordt er onderscheid gemaakt tussen drie verschillende mineur-toonladders. Mineur melodisch stijgend heeft een grote sext en een groot septiem. Mineur melodisch dalend heeft een kleine sext en een klein septiem. Mineur harmonisch heeft een kleine sext en een groot septiem. In de lichte muziek worden deze toonladders niet zo vaak benoemd. Men spreekt hier meestal eenvoudigweg van mineur, en daarmee wordt dan de toonladder met een kleine sext en een klein septiem bedoeld.
Wel is het zo dat in mineur de vijfde trap altijd een majeur-akkoord is. Afgezien daarvan lopen de akkoorden gewoon volgens de mineur-toonladder. De vierde trap is dus een mineur-akkoord, en de tweede trap is een verminderd akkoord, enzovoorts.






