Toonsoorten afleiden van de stemvork

Een goede dirigent is in staat om toonsoorten af te leiden van de stemvork. Hoe kan je dat het beste doen? Vanuit de a van de stemvork wil je het liefst zo snel mogelijk springen naar de grondtoon. Maar niet elk interval is even gemakkelijk te treffen. Een stijgende secunde of stijgende kwart is nog wel te doen. Maar een sext treffen of een tritonus, dat is andere koek.

Over sommige toonsoorten kunnen we kort zijn. De toonsoort A (of het nu groot of klein is) is gemakkelijk af te leiden. De grondtoon is de a van de stemvork, het is een kwestie van het zingen van de juist toonladder op a.

Slechte slagtechniek

sillyVan fouten kan je leren. Soms kan je van andermans fouten ook leren, zoals bij het dirigeren vaak het geval is. Om de vierslag goed te kunnen beheersen is het zinvol om veelgemaakte fouten te bestuderen, en om op die manier je eigen slagfiguur kritisch tegen het licht te houden.

Hier is nogmaals het slagfiguur van de vierslag. Dit figuur is natuurlijk niet het enige juiste slagfiguur. Maar dit figuur combineert in zich wel veel goede eigenschappen, zoals ik in een eerder bericht het laten zien:

Drieslag

driehoekZoals ik in het vorige bericht meldde ben ik intensief bezig met het tekenen van slagfiguren. Ditmaal aandacht voor de drieslag. Dit is het slagfiguur voor maatsoorten met drie tellen per maat, zoals 3/4 en 3/8.

Hieronder staat de drieslag die geheel legato is. Dat wil zeggen dat de beweging bij alle tipunten afgerond is, om een stromende klank te verkrijgen:

Slagfiguur voor vierslag

vierkantIn de afgelopen tijd heb ik getracht de ideale legato vierslag op papier te krijgen. (De vierslag is de slagbeweging die gebruikt wordt als er vier tellen in een maat zitten, zoals in een 4/4-maat. Met de term legato bedoel ik in dit geval dat alle tikpunten vloeiende bewegingen hebben.)

Ik heb geprobeerd zo’n objectief mogelijk slagfiguur te maken, uitgaande van de literatuur over slagtechniek, en mijn eigen ervaring als docent koordirectie.

Tijdlijn met belangrijke vocale groepen

millsMijn werkgebied is de lichte vocale muziek. Oftewel, zoals we dat in Nederland aanduiden, de close harmony. Voor mijn leerlingen koordirectie aan het conservatorium heb ik een overzicht gemaakt van de twintig belangrijkste groepen in dit gebied. Vervolgens heb ik een grafisch overzicht gemaakt van die groepen op een tijdlijn.

Zo’n overzicht geeft je een goed beeld van de tijd waarin de groepen bezig waren, hoe lang ze hebben gewerkt, en welke invloeden ze waarschijnlijk hebben gehad. (En het leukste aan zo’n overzicht is niet het lezen, maar het maken ervan. [..,]

Percussief zingen

Als je snelle, energieke stukken zingt, klinkt het lekker als je de noten aanzet met kleine accenten. Op die manier benadruk je het ritmische karakter van de muziek. Deze ‘percussieve’ manier van zingen, staat tegenover de klassieke manier van ‘legato’ zingen.

De term legato kom je veel tegen in de klassieke muziek. Het houdt in dat de noten met elkaar worden verbonden, zodat er geen ruimte zit tussen de noten. Maar het begrip legato houdt tegelijkertijd in dat de noten hun volume behouden, zodat er een doorgaande klank ontstaat. Je zou het legato spelen als volgt grafisch kunnen weergeven:

Solfège

In een eerder blogbericht kwam de solfège al ter sprake. Ik beargumenteerde daar dat van blad zingen het beste te leren is door alle noten van de toonladder cijfers te geven en door alle noten te relateren aan de grondtoon.

Het bericht eindigde met de volgende twee korte oefeningen:

Noten instuderen zonder verveling

Het studeren van noten in een koor is meestal niet zo boeiend. Als de zangers niet van blad kunnen lezen, moeten alle partijen los worden aangereikt, en dat duurt vaak lang. Veel dirigenten studeren passages als volgt in. Eerst zingen de sopranen de sopraan-partij en wachten de andere zangers. Dan zijn de alten aan de beurt, en daarna de tenoren en de bassen. Tenslotte zingen alle stemmen samen.

Deze manier van noten studeren maakt een repetitie saai. Toch zijn er vele manieren om dit proces boeiender te maken voor de zangers. Hieronder staan wat suggesties.

Swing feel

Een typerend kenmerk van jazz is de swing feel. In swing feel worden noten op de tel langer gezongen, dan de noten na de tel. De swing feel is in de afgelopen eeuw onderdeel geworden van onze muzikale vocabulaire. Ook in de popmuziek zijn er veel nummers met swing feel. En er zijn zelfs talloze kinderliedjes met swing feel.

Neem als voorbeeld Er zaten zeven kikkertjes. Dit liedje wordt ook gezongen met swing feel, al merk je dat niet meteen. Hier is de eerste regel van het liedje, op een naïeve manier genoteerd:

Hollandismen

In Nederland gebruiken we de term close harmony als een vergaarbak voor alles wat lichte muziek en meerstemmig is. Een close harmony-koor zingt van alles, en beperkt zich niet tot jazz of pop of wat dan ook. Oorspronkelijk betekent de term close harmony echter iets heel anders, namelijk het zingen van nauwe harmonieën, waarbij de stemmen vaak slechts een secunde van elkaar liggen. In die betekenis wordt de term gebruikt in de VS en in veel Europese landen. Zeg dus nooit in het buitenland “I’m a singer in a close harmony choir”, want niemand zal je begrijpen.